U mag elektrische arbeidsmiddelen zelf laten keuren. Art. 7.4a Arbobesluit eist een "deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling", geen extern bedrijf en geen certificaat. Een eigen, aangewezen en opgeleide medewerker kan dus keuren. Of dat loont, hangt af van het aantal arbeidsmiddelen, de soort apparatuur en wat opdrachtgevers of uw verzekeraar vragen. In het algemeen: zelf keuren is interessant bij veel eenvoudig handgereedschap; uitbesteden ligt voor de hand bij kleine aantallen, zware apparatuur of als een extern geborgd bewijs nodig is. De verantwoordelijkheid blijft in beide gevallen bij u (stand oktober 2026).
Wat mag volgens wet en norm?
Volgens Arboportaal kiest de werkgever de keurder zelf. Dat kan "een onafhankelijke keuringsinstantie zijn, een onderhoudsdienst van een leverancier of de technische dienst van het bedrijf zelf". Een aangewezen onafhankelijke instelling is voor elektrische arbeidsmiddelen niet verplicht.
NEN 3140 werkt met aanwijzingen. In de voorbeeldlijst van werkzaamheden voor een voldoend onderricht persoon (VOP) staat "Inspecteren elektrische arbeidsmiddelen". Bronnen verschillen over hoe ver dat gaat:
- Euronorm en Parkstad Opleidingen: een VOP mag arbeidsmiddelen keuren. Parkstad schrijft dat een aangewezen VOP "geen diploma [hoeft] te behalen om uw deskundigheid aan te tonen".
- V-KAM: een VOP mag "enkel de keuring uitvoeren voor elektrisch handgereedschap".
- Bouwend Nederland: aanwijzing en aantoonbare bekwaamheid zijn beslissend. Voor bouwkasten, aggregaten en bouwliften is "een gedegen elektrotechnische kennis en inzicht nodig".
Een veilige lijn: laat een VOP eenvoudig handgereedschap en snoeren keuren, en laat zwaardere apparatuur over aan een vakbekwaam persoon (VP) of een extern bedrijf. Leg in de schriftelijke aanwijzing vast welke arbeidsmiddelen iemand mag keuren. Meer hierover leest u bij keuren als VOP.
Wat kost uitbesteden?
Keurbedrijven rekenen meestal per stuk, met een staffel. Op basis van gepubliceerde tarieven (indicatief, excl. btw, stand oktober 2026):
- Losse arbeidsmiddelen: circa € 4,50 tot € 11,50 per stuk, afhankelijk van het aantal.
- Vaste en 400 V-machines: circa € 12,50 tot € 17,50.
- Zwerfkasten: circa € 12,50 tot € 29,75.
- Bijkomend: voorrijkosten van circa € 50 tot € 75, of een minimumtarief op locatie van € 225.
Een indicatief rekenvoorbeeld: bij 150 arbeidsmiddelen liggen de staffelprijzen van de onderzochte aanbieders tussen € 4,50 en € 7,25 per stuk. Dat is 150 × € 4,50 = € 675 tot 150 × € 7,25 = circa € 1.090, plus voorrijkosten of minimumtarief. Niet elke aanbieder vermeldt of zijn prijs exclusief btw is; vraag altijd een offerte voor uw eigen situatie. Een SCIOS Scope 9-pakket kost bij Interpolis "vanaf € 527,25" excl. btw; vergelijkingssite Slimster noemt "vanaf € 480". Registratiematerialen, graveren en reparatie zitten daar vaak niet in. Zie prijs per apparaat.
Wat kost zelf keuren?
De eenmalige kosten bestaan uit opleiding en meetapparatuur (indicatief):
- Cursus: een eendaagse keurmeester- of VOP-cursus kost circa € 295 tot € 495. Nieuwhuis Opleidingen noemt € 295; Parkstad Opleidingen € 495 excl. btw voor de VOP-instructie.
- Apparatentester: volgens Nieuwhuis "vanaf € 350". Envora noemt € 1.500 tot € 3.000 voor een complete set.
- Registratiesoftware: Envora noemt € 500 tot € 1.000; Tooltagger "vanaf €39 per maand".
Daar komen doorlopende kosten bij: werktijd, stickers, kalibratie van de tester en bijscholing. Nieuwhuis adviseert de kennis na 24 maanden op te frissen. Envora noemt voor een interne keurmeester eenmalig € 4.000 tot € 7.500 voor opleiding en apparatuur, met een terugverdientijd van twee tot drie jaar bij meer dan 300 apparaten of meer dan vijf locaties. Hoe Envora aan die cijfers komt, is onduidelijk. Zie kosten van zelf keuren.
Wat gaat vaak mis bij zelf keuren?
- Alleen een tester inpluggen. Bouwend Nederland waarschuwt: "Inspecteren is niet de stekker van een elektrisch toestel in een apparatentester steken en een rapportje uitdraaien." Elke keuring begint met een visuele controle.
- Grote apparatuur. Bouwliften, aggregaten, bouwkasten en driefaseleidingen kunnen niet met een gewone apparatentester worden gekeurd. Daarvoor zijn losse meetapparatuur of een installatietester en meer kennis nodig.
- Geen vastlegging. NEN 3140 vereist volgens Bouwend Nederland dat wordt vastgelegd met welke meetinstrumenten is gekeurd. Zonder register, aanwijzing en onderbouwde termijn kunt u uw deskundigheid niet aantonen.
Wanneer is uitbesteden verstandiger?
- Kleine aantallen: dan wegen opleiding en tester niet op tegen de stukprijs.
- Zware of bijzondere apparatuur: bouwkasten, aggregaten, lasapparatuur of vast aangesloten machines.
- Externe eisen: als een opdrachtgever of verzekeraar een onafhankelijke keuring of een SCIOS Scope 9-inspectie vraagt. Alleen een SCIOS-gecertificeerd bedrijf mag een keuring "Scope 9" noemen. Het SCIOS-register telt ruim 20 bedrijven met Scope 9 (stand oktober 2026).
- Geen capaciteit: als niemand in uw bedrijf tijd heeft om keuren, registreren en bijhouden structureel te borgen.
Een mengvorm komt ook veel voor: eigen medewerkers keuren het handgereedschap, een extern bedrijf de zware apparatuur.
De verantwoordelijkheid blijft bij u
Wat u ook kiest: de werkgever blijft verantwoordelijk. Bouwend Nederland: "Hiermee wordt niet de verantwoordelijkheid … overgedragen." Bij uitbesteden blijft u dus zelf verantwoordelijk voor de inventarisatie, de termijn, het register en het uit gebruik nemen van afgekeurde apparaten. Werkt u in een VCA-omgeving, dan moet de keuring bovendien minstens jaarlijks plaatsvinden en moet de vervaldatum zichtbaar zijn; zie Scope 9, VCA en opdrachtgevers.
Een korte samenvatting van de afweging staat ook bij zelf keuren of uitbesteden. Een keurbedrijf zoeken? Kijk bij inspectiebedrijven.