De volgende keuring plant u op basis van het interval dat u als werkgever per soort arbeidsmiddel hebt vastgesteld. De wet noemt geen vaste termijn: art. 7.4a Arbobesluit eist keuring "zo dikwijls dit ter waarborging van de goede staat noodzakelijk is". Arboportaal noemt één keer per jaar keuren, op basis van de toelichting bij het Arbobesluit, een veilige ondergrens.
Het interval bepalen
- Wegingsmethode: Bouwend Nederland beschrijft (2014, op basis van NEN 3140:2011) een methode op basis van gebruik, gebruiker, omgeving en kans op beschadiging. Een bouwplaats weegt daarin het zwaarst en leidt tot een kortere termijn, een droog kantoor tot een langere. Gebruik dit als hulpmiddel, niet als vaste regel; controleer de actuele norm.
- VCA 2026/6.1 eist in vraag 9.2 dat arbeidsmiddelen minstens eenmaal per jaar worden gekeurd; afwijkingen naar beneden moeten worden gemotiveerd.
- Praktijk: verzekeraars en inspectiebedrijven noemen termijnen van jaarlijks tot eens in de drie tot vijf jaar; SOCOTEC en een gemeentelijke RI&E noemen bij laag risico zelfs zeven jaar.
Leg het gekozen interval en de onderbouwing vast in uw RI&E of inspectieplan. Meer uitleg staat bij hoe vaak keuren.
Tussentijds keuren
Naast de vaste termijn is een extra keuring nodig na uitzonderlijke gebeurtenissen. Art. 7.4a lid 4 noemt natuurverschijnselen, veranderingen aan het arbeidsmiddel, ongevallen en langdurige buitengebruikstelling. Bouwend Nederland noemt ook zichtbare beschadiging, een val, overrijden of nat worden, en de termijn uit de gebruiksaanwijzing. Een dagelijkse controle door de gebruiker helpt zulke gevallen op tijd te zien.
Praktisch plannen
- Sticker en register: de volgende keurdatum staat op de sticker en in het keuringsregister. Stel ruim voor die datum een herinnering in.
- Eén ronde: plan apparaten met dezelfde termijn in één keurronde; dat beperkt de voorrijkosten.
- Nieuwe apparaten: neem ze direct op in het register. Arbeidsmiddelen waarvan de veiligheid afhangt van de installatie worden volgens art. 7.4a lid 1 en 2 gekeurd vóór het eerste gebruik en na elke montage op een nieuwe locatie of plek. Bouwend Nederland noemt als voorbeelden tijdelijke installaties, aggregaten en machines met eigen verdeelinrichtingen.
Zie ook kosten besparen.