Ja, keuren van elektrisch gereedschap is wettelijk verplicht. De plicht staat in art. 7.4a Arbobesluit: een arbeidsmiddel dat aan verslechtering onderhevig is, wordt gekeurd "zo dikwijls dit ter waarborging van de goede staat noodzakelijk is", door een deskundige, en het bewijs ligt op de arbeidsplaats. Wat de wet niet eist: een vast interval, een bepaalde norm zoals NEN 3140, of een certificaat zoals SCIOS Scope 9. Dat zijn gangbare invullingen, geen wettelijke eisen. Dit artikel zet op een rij wat er letterlijk staat (stand maart 2025).
Wat staat er in art. 7.4a?
Art. 7.4a Arbobesluit heet "Keuringen". Voor elektrisch gereedschap zijn vooral deze leden van belang:
- Lid 3, periodieke keuring: een arbeidsmiddel "dat onderhevig is aan invloeden die leiden tot verslechteringen welke aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van gevaarlijke situaties wordt, zo dikwijls dit ter waarborging van de goede staat noodzakelijk is, gekeurd, waarbij het zo nodig wordt beproefd".
- Lid 4, bijzondere gebeurtenissen: een extra keuring "telkens wanneer zich uitzonderlijke gebeurtenissen hebben voorgedaan". Daaronder vallen in ieder geval natuurverschijnselen, veranderingen aan het arbeidsmiddel, ongevallen ermee en "langdurige buitengebruikstelling".
- Lid 5, wie keurt: "een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling".
- Lid 6, bewijs: "Schriftelijke bewijsstukken van de uitgevoerde keuringen zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan de toezichthouder."
Lid 1 en 2 gaan over arbeidsmiddelen waarvan de veiligheid afhangt van de installatie: die worden gekeurd na installatie en na elke montage op een nieuwe plek. De leden 7 tot en met 13 bevatten uitzonderingen, onder meer voor steigers, liften, drukapparatuur en hijskranen. Voor elektrische arbeidsmiddelen staat er geen uitzondering in. Dat de periodieke keuring praktisch voor elk verplaatsbaar elektrisch arbeidsmiddel geldt, is een interpretatie van lid 3, maar wel de gangbare. Zie ook art. 7.4a Arbobesluit.
Wat staat er niet in de wet?
Art. 7.4a noemt geen vast interval, geen norm, geen certificering en geen bewaartermijn. Ook het woord "deskundige" wordt niet nader ingevuld.
NEN 3140 staat niet in de wet. Een zoekactie op "3140" in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling levert geen enkele treffer op. Bronnen die stellen dat de Arbowet "verwijst naar NEN 3140", zoals sommige verzekeraars en ondernemersplatforms, hebben dat dus mis. NEN 3140 is wel de gangbare invulling van wat de wet "de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening" noemt. De Nederlandse Arbeidsinspectie noemt NEN 3140 in haar inspectiemodule uit 2014 (toen nog de editie 2011) "de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening". Volgens dezelfde module mag van de norm worden afgeweken "mits een vergelijkbaar veiligheidsniveau wordt gehaald".
SCIOS Scope 9 is vrijwillig. Scope 9 is een certificatieregeling bovenop de NEN 3140-methode: een manier om aantoonbaar goed te keuren. Verzekeraar Avéro Achmea schrijft dat Scope 9 "niet wettelijk verplicht" is. Wel mag alleen een SCIOS-gecertificeerd bedrijf een keuring "Scope 9" noemen. Meer daarover leest u bij is Scope 9 verplicht?.
Hoe vaak dan?
De wet zegt: zo vaak als nodig. Arboportaal, de arbosite van het ministerie van SZW, schrijft: "Hoe vaak gekeurd moet worden, hangt af van het soort arbeidsmiddel en de intensiteit van het gebruik ervan." En: "In de toelichting op het Arbobesluit staat dat één keer per jaar keuren een veilige ondergrens is." Arboportaal noemt het raadzaam de RI&E bij die keuze te betrekken. Ondernemersplein spreekt zichzelf daarbij tegen: de inleiding zegt "minstens 1 keer per jaar", verderop staat "U bepaalt zelf hoe vaak dit nodig is". De wettekst noemt geen termijn. Jaarlijks is overheidsadvies en gangbare praktijk, geen wettelijke termijn.
Wie mag keuren?
De werkgever kiest de keurder zelf, mits die deskundig is. Volgens Arboportaal kan dat een onafhankelijke keuringsinstantie zijn, de onderhoudsdienst van een leverancier of "de technische dienst van het bedrijf zelf". Een aangewezen onafhankelijke instelling is alleen verplicht voor bepaalde categorieën, zoals drukapparatuur, liften en grote kranen. Elektrische arbeidsmiddelen staan daar niet bij. Zelf keuren mag dus, als u de deskundigheid kunt aantonen. Zie zelf keuren of uitbesteden.
Vier misverstanden
- "Nieuw gereedschap met CE-markering hoeft niet gekeurd te worden." Onjuist. Art. 7.2 Arbobesluit geeft bij CE-markering een vermoeden van overeenstemming met onder meer de eisen aan materiaal en constructie, maar art. 7.4a staat niet in die lijst.
- "De keuringsplicht geldt ook thuis." Niet als het om thuiswerk gaat. Bij plaatsonafhankelijke arbeid gelden de artikelen 7.1 tot en met 7.16 "met uitzondering van 7.4a" (art. 9.2 Arbobesluit).
- "Zzp'ers hoeven nooit te keuren." Niet helemaal. Volgens art. 9.5 Arbobesluit geldt art. 7.4a voor zelfstandigen als zij tegelijk met andere opdrachtnemers op een arbeidsplaats werken. Op een bouwplaats gelden alle artikelen van hoofdstuk 7.
- "Een sticker is verplicht." De wet eist schriftelijk bewijs op de arbeidsplaats, digitaal of geprint. Een sticker is gangbaar, maar staat niet in de wet.
Wat als u niet keurt?
Art. 7.4a is beboetbaar. De Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving, in de versie die geldt sinds 11 februari 2025, plaatst het niet keuren (lid 1 tot en met 5) in categorie 4, met een normbedrag van € 3.000. Ontbrekende bewijsstukken (lid 6) vallen in categorie 1: € 340. Beide zijn een "overige overtreding". Bij een eerste constatering volgt een waarschuwing of een eis tot naleving. Pas als "dezelfde of een soortgelijke overtreding opnieuw wordt geconstateerd", volgt een boete. Een overtreding die de directe aanleiding was voor een arbeidsongeval, wordt wel direct beboet.
De normbedragen gelden voor bedrijven met 500 of meer werknemers. Kleinere bedrijven betalen een percentage: 10% bij minder dan 5 werknemers, 20% bij 5 tot 9, 30% bij 10 tot 39 en 50% bij 40 tot 99 werknemers. Een rekenvoorbeeld: een bedrijf met 25 werknemers dat herhaald niet keurt, krijgt als uitgangsbedrag 30% van € 3.000, dus € 900. Ontbreekt bij hetzelfde bedrijf het bewijs, dan is het uitgangsbedrag 30% van € 340, dus € 102. Verhogingen voor recidive of andere factoren zijn hier niet meegerekend. Meer over het toezicht leest u bij handhaving door de Arbeidsinspectie.
Samengevat
De wet eist een keuring door een deskundige, zo vaak als nodig, met bewijs op de arbeidsplaats. Hoe u dat invult, laat de wet aan u over. NEN 3140 is de gebruikelijke methode en jaarlijks keuren de gebruikelijke ondergrens. Een SCIOS Scope 9-certificaat is een extra borging die u kunt kiezen. Leg vast hoe u tot uw keuze bent gekomen: daarmee toont u bij een inspectie aan dat u aan de zorgplicht voldoet.