Arbobesluit artikel 7.4a: de keuringsplicht voor arbeidsmiddelen

Art. 7.4a Arbobesluit verplicht de werkgever arbeidsmiddelen die kunnen verslechteren zo vaak als nodig te laten keuren door een deskundige, met schriftelijk bewijs op de arbeidsplaats.

Artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit is de wettelijke basis voor het keuren van elektrisch gereedschap en andere arbeidsmiddelen. De kern staat in lid 3: een arbeidsmiddel dat onderhevig is aan invloeden die tot gevaarlijke situaties kunnen leiden, wordt "zo dikwijls dit ter waarborging van de goede staat noodzakelijk is, gekeurd, waarbij het zo nodig wordt beproefd". De keuring gebeurt door een deskundige en de werkgever moet schriftelijk bewijs op de arbeidsplaats hebben. Een vast interval, een norm of een certificaat noemt het artikel niet.

Wat de leden 1 tot en met 6 regelen

  • Lid 1 en 2: een arbeidsmiddel waarvan de veiligheid afhangt van de wijze van installatie, wordt gekeurd na de installatie en vóór de eerste ingebruikname, en opnieuw na elke montage op een nieuwe locatie of plek.
  • Lid 3: de periodieke keuring van arbeidsmiddelen die kunnen verslechteren. Voor verplaatsbaar elektrisch gereedschap, verlengsnoeren en apparaten met een stekker is dit in de praktijk het belangrijkste lid. Dat het voor vrijwel elk verplaatsbaar elektrisch arbeidsmiddel geldt, is een gangbare uitleg; letterlijk staat het niet in de wet.
  • Lid 4: een extra keuring "telkens wanneer zich uitzonderlijke gebeurtenissen hebben voorgedaan", in ieder geval na natuurverschijnselen, veranderingen aan het arbeidsmiddel, ongevallen en langdurige buitengebruikstelling. Denk aan gereedschap dat lang in de opslag heeft gelegen.
  • Lid 5: "Keuringen worden uitgevoerd door een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling."
  • Lid 6: "Schriftelijke bewijsstukken van de uitgevoerde keuringen zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan de toezichthouder."

De leden 7 tot en met 13 bevatten bijzondere regels voor onder meer steigers, liften, drukapparatuur en hijskranen. Voor elektrische arbeidsmiddelen is er geen uitzondering.

Wat het artikel niet regelt

Art. 7.4a noemt geen termijn, geen norm, geen certificering en geen bewaartermijn, en vult "deskundig" niet nader in. NEN 3140 komt in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling niet voor. NEN 3140 en NEN-EN 50699 zijn de gangbare invulling van hoe u keurt; SCIOS Scope 9 is een vrijwillige certificering daarbovenop. Zie ook is Scope 9 verplicht?

Over de frequentie schrijft Arboportaal, de informatiesite van het ministerie van SZW, dat die afhangt van het soort arbeidsmiddel en de intensiteit van het gebruik, en dat volgens de toelichting op het Arbobesluit één keer per jaar keuren "een veilige ondergrens" is. De werkgever stelt de frequentie zelf vast; de RI&E daarbij betrekken noemt Arboportaal "raadzaam". Meer bij hoe vaak keuren.

Wie mag keuren en welk bewijs

Volgens Arboportaal kiest de werkgever zelf de keurder, mits deskundig: een onafhankelijke keuringsinstantie, de onderhoudsdienst van een leverancier of de eigen technische dienst. Een aangewezen keuringsinstelling is voor elektrische arbeidsmiddelen niet verplicht. De bewijsstukken mogen digitaal of geprint zijn.

De Europese Arbeidsmiddelenrichtlijn 2009/104/EG, waarop hoofdstuk 7 van het Arbobesluit is gebaseerd, vraagt bovendien dat arbeidsmiddelen die buiten de onderneming worden gebruikt een materieel bewijs van de laatste keuring bij zich hebben. Dat is een verklaring voor de gangbare keuringssticker, al staat een sticker in het Arbobesluit niet als uitdrukkelijke eis.

CE-markering, thuiswerk en zzp'ers

  • CE-markering: art. 7.2 geeft bij CE-gemarkeerde arbeidsmiddelen een vermoeden van overeenstemming met onder meer art. 7.4 lid 1 en 2, maar art. 7.4a staat niet in die opsomming. Ook een nieuw apparaat met CE-markering moet dus periodiek worden gekeurd.
  • Thuiswerk: bij plaatsonafhankelijke arbeid geldt art. 7.4a niet (art. 9.2 onder d Arbobesluit).
  • Zelfstandigen: voor zzp'ers en meewerkende werkgevers geldt art. 7.4a als andere opdrachtnemers gelijktijdig op dezelfde arbeidsplaats werken, en bij de bouw van een bouwwerk op een bouwplaats altijd. Werken zij als enige opdrachtnemer of zonder dat anderen tegelijk aanwezig zijn, dan geldt het niet (art. 9.5 lid 3 en 5 Arbobesluit).

Overtreding is beboetbaar, maar volgens de beleidsregel van het ministerie volgt eerst een waarschuwing of eis, tenzij de overtreding de directe aanleiding was voor een arbeidsongeval; zie handhaving door de Arbeidsinspectie.

Verwante onderwerpen