Wat wordt er gekeurd bij Scope 9?

Visuele inspectie, metingen en beproevingen per beschermingsklasse

Een Scope 9-keuring bestaat uit drie delen: een visuele inspectie, metingen en beproevingen en de registratie van de uitkomst. Welke metingen nodig zijn, hangt af van de beschermingsklasse van het apparaat. De basis is NEN 3140, waarvan NEN 3140+A3:2019 de geldende editie is (stand oktober 2026). Het inspectieplan dat Interpolis voor zijn Scope 9-product publiceert, noemt als metingen de isolatieweerstand of de reële lekstroom, de weerstand van beschermingsleidingen en de werking van aardlekbeveiligingen, de nulspanningsbeveiliging en veiligheidsketens.

Visuele inspectie

De inspecteur begint met kijken. Bouwend Nederland geeft in een publicatie over tijdelijke installaties op bouwterreinen een checklist met onder meer deze punten: de beschermingsleiding is niet onderbroken, snoeren zijn niet beschadigd of gerepareerd, het snoer zit deugdelijk in de stekker (trekontlasting), koelopeningen zijn niet afgesloten en er zijn geen aanpassingen gedaan in veiligheidsketens. Dezelfde publicatie benadrukt dat inspecteren meer is dan "de stekker van een elektrisch toestel in een apparatentester steken en een rapportje uitdraaien". Veel gebreken zijn alleen met het oog te vinden. Zie visuele inspectie.

Metingen per beschermingsklasse

KlasseKenmerkBeschermingsleiding metenIsolatieweerstand of lekstroom
Ibasisisolatie plus randaardejaja, bij uitwendige metalen delen
IIdubbele of versterkte isolatieneeja, bij uitwendige metalen delen
IIIveiligheidskleinspanningneeja, bij uitwendige metalen delen

Bron: Bouwend Nederland (publicatie uit 2014), op basis van NEN 3140:2011; de actuele norm kan in details afwijken. Als alternatief voor een isolatieweerstandsmeting mag een lekstroommeting worden gedaan. Lees meer bij beschermingsklassen en metingen.

De grenswaarden staan in NEN 3140. De openbaar beschikbare tabellen zijn gebaseerd op de editie van 2011; de tabel voor de beschermingsleiding is met NEN 3140+A3:2019 aangepast. Behandel gepubliceerde grenswaarden daarom als indicatief en controleer de actuele norm.

Werking van beveiligingen

Naast de metingen controleert de inspecteur of beveiligingen werken. Denk aan aardlekschakelaars in bouw- en zwerfkasten, de nulspanningsbeveiliging, die voorkomt dat een machine na spanningsuitval vanzelf weer aanslaat, en veiligheidsketens. Volgens Euronorm verandert in het ontwerp van de nieuwe NEN 3140 vooral de aardlektest: eerst meten met een meetinstrument, daarna pas de testknop gebruiken. Dat ontwerp is nog geen geldende norm. Zie functietest.

Meetapparatuur

Voor kleine apparaten, zoals 230 V-handgereedschap, gebruikt de keurmeester meestal een apparatentester (PAT-tester) die een vooraf vastgelegd meetprotocol doorloopt. Volgens Bouwend Nederland zijn grote arbeidsmiddelen zoals aggregaten, bouwkasten en driefasekabels niet met een PAT-tester te keuren; daarvoor is losse meetapparatuur of een installatietester nodig. Volgens Bouwend Nederland vereist NEN 3140 dat wordt vastgelegd met welke meetinstrumenten is gekeurd. Bij een SCIOS-gecertificeerd bedrijf moeten de meetmiddelen gekalibreerd zijn volgens SCIOS-document TD17. Zie meetapparatuur.

Goed- of afgekeurd

Een beschadigd snoer, een onderbroken beschermingsleiding, een overbrugde beveiliging of een meetwaarde buiten de grenswaarde leidt tot afkeur. Volandis schrijft voor de bouw dat arbeidsmiddelen met geconstateerde gebreken direct worden afgekeurd en buiten gebruik gesteld. Welke criteria gelden, leest u bij afkeurcriteria.

Veelgestelde deelvragen

Klik open voor een korte samenvatting of ga direct naar de detailpagina.

Alle onderwerpen op deze pagina

Visuele inspectie van elektrische arbeidsmiddelen

Elke keuring begint met een visuele inspectie van snoer, stekker, behuizing, trekontlasting, koelopeningen en beveiligingen. Pas daarna wordt er gemeten.

Lees meer

Welke metingen horen bij de keuring?

Na de visuele inspectie volgen metingen: de weerstand van de beschermingsleiding, de isolatieweerstand of lekstroom, en beproevingen van aardlek, nulspanningsbeveiliging en veiligheidsketens.

Lees meer

Beschermingsklassen I, II en III

De beschermingsklasse bepaalt welke metingen nodig zijn. Klasse I heeft randaarde, dus wordt de beschermingsleiding gemeten. Bij klasse II en III draait de keuring om de isolatie.

Lees meer

Beschermingsleiding meten

Bij klasse I-apparaten en leidingen met randaarde wordt de weerstand van de beschermingsleiding gemeten. Indicatief max. 0,3 Ω voor een leiding tot 5 m (2,5 mm²), oplopend tot max. 1 Ω.

Lees meer

Isolatieweerstand meten

De isolatiemeting controleert of de isolatie van een apparaat voldoet. Indicatief minimaal 1 MΩ voor klasse I, 2 MΩ voor klasse II en 0,5 MΩ voor klasse III, op basis van NEN 3140:2011.

Lees meer

Lekstroom meten

Een lekstroommeting mag in plaats van de isolatiemeting. Indicatief max. 1 mA reële lekstroom voor klasse I en 0,5 mA voor klasse II en III, op basis van NEN 3140:2011.

Lees meer

Functietest en beproevingen

Naast meten beproeft de inspecteur of beveiligingen werken: aardlekbeveiligingen, de nulspanningsbeveiliging en veiligheidsketens. Accugereedschap wordt proefgedraaid.

Lees meer

Meetapparatuur voor de keuring

Kleine apparaten worden meestal met een apparatentester (PAT-tester) gekeurd. Voor bouwkasten, aggregaten en driefaseleidingen is losse meetapparatuur of een installatietester nodig.

Lees meer

Wanneer wordt een apparaat afgekeurd?

Bij zichtbare gebreken, meetwaarden buiten de grenswaarden van de toegepaste norm of een beveiliging die niet werkt. Een afgekeurd apparaat krijgt een afkeurlabel en mag niet meer worden gebruikt.

Lees meer

Veelgestelde vragen

Nog vragen?

Stel ze direct aan ons redactieteam.

Naar contact