Na de visuele inspectie volgen metingen en beproevingen. Het Scope 9-inspectieplan van Interpolis, dat verwijst naar NEN 3140+A3:2019, noemt:
- de isolatieweerstand of de reële lekstroom van het arbeidsmiddel;
- de weerstand van beschermingsleidingen;
- de goede werking van aardlekbeveiligingen;
- de goede werking van de nulspanningsbeveiliging;
- de goede werking van veiligheidsketens.
Welke metingen nodig zijn, hangt vooral af van de beschermingsklasse van het apparaat.
Metingen per beschermingsklasse
Bouwend Nederland geeft op basis van NEN 3140:2011 dit overzicht:
| Klasse | Beschermingsleiding meten | Isolatieweerstand of lekstroom meten |
|---|---|---|
| I | ja | ja, als er uitwendige metalen delen zijn |
| II | nee | ja, als er uitwendige metalen delen zijn |
| III | nee | ja, als er uitwendige metalen delen zijn |
In plaats van een isolatieweerstandmeting mag een lekstroommeting worden gedaan.
Hoe er wordt gemeten
- Beschermingsleiding: met een weerstandmeter met een open spanning tussen 4 en 24 V die minimaal 0,2 A kan laten lopen. Zie beschermingsleiding meten.
- Isolatieweerstand: met 250, 500 of 1000 V gelijkspanning. Bij twijfel mag 250 V in plaats van 500 V, omdat 500 V elektronica kan beschadigen. Het apparaat moet tijdens de meting ingeschakeld zijn. Zie isolatieweerstand meten.
- Lekstroom: als alternatief voor de isolatiemeting. Zie lekstroom meten.
- Aardlekbeveiliging: bijvoorbeeld in bouw- en zwerfkasten. Volgens adviesbureau Euronorm hanteert NEN 3140 een maximale uitschakeltijd van 300 ms.
Voor kleine apparaten doet een apparatentester deze metingen volgens een vast protocol. Voor grote arbeidsmiddelen zoals bouwkasten en aggregaten is losse meetapparatuur nodig; zie meetapparatuur.
Indicatieve grenswaarden
De openbaar leesbare tabellen zijn gebaseerd op NEN 3140:2011, onder meer gepubliceerd door Bouwend Nederland (2014). Samengevat:
| Meting | Indicatieve grenswaarde |
|---|---|
| Beschermingsleiding | max. 0,3 Ω (leiding tot 5 m, 2,5 mm²), afhankelijk van lengte en doorsnede oplopend tot max. 1 Ω |
| Isolatieweerstand | min. 1 MΩ (klasse I), 2 MΩ (klasse II), 0,5 MΩ (klasse III) |
| Reële lekstroom | max. 1 mA (klasse I), 0,5 mA (klasse II en III) |
Dit zijn indicatieve waarden. In NEN 3140+A3:2019 is de tabel voor de beschermingsleiding aangepast, en volgens een opleider hanteert NEN-EN 50699 ook iets andere grenswaarden. De actuele norm die het inspectiebedrijf toepast, is leidend; zie NEN 3140.
Vastleggen
Volgens Bouwend Nederland vereist NEN 3140 dat wordt vastgelegd met welke meetinstrumenten is geïnspecteerd. In het register hoort ook de wijze van keuren: wat er is gemeten en met welke criteria.