Een keuringssticker is niet wettelijk verplicht. Art. 7.4a lid 6 Arbobesluit eist alleen dat "schriftelijke bewijsstukken van de uitgevoerde keuringen" op de arbeidsplaats aanwezig zijn en aan de toezichthouder worden getoond. Volgens Arboportaal mag dat "zowel digitaal als geprint". Toch is de sticker in de praktijk standaard, en de nieuwe VCA-checklist die per 1 juli 2026 geldt, eist dat de gebruiker de vervaldatum direct kan zien. Het register is de kern van uw bewijs; de sticker is het zichtbare deel daarvan. Dit artikel zet op een rij wat er moet en wat gangbaar is (stand juni 2026).
Wat de wet vraagt
De wet vraagt bewijs, geen vorm. Er staat niet in welke gegevens het bewijs moet bevatten of hoe lang u het moet bewaren. Bouwend Nederland is daar duidelijk over: "Feit is dat niet in wetten of normen staat vermeld dat er een sticker op moet worden geplakt. Dit is een van de mogelijkheden naast de registratie."
Waarom is de sticker dan zo gangbaar? De Europese Arbeidsmiddelenrichtlijn 2009/104/EG, de basis van hoofdstuk 7 van het Arbobesluit, eist dat arbeidsmiddelen die "buiten de onderneming worden gebruikt", vergezeld gaan van "een materieel bewijs van de laatste keuring". Nederland heeft dat vertaald als bewijsstukken "op de arbeidsplaats". Voor gereedschap op de bouwplaats of bij een klant is een sticker een eenvoudige manier om dat bewijs bij het arbeidsmiddel te hebben. De richtlijn vraagt ook dat keuringsresultaten "voldoende lang" worden bewaard, zonder termijn te noemen.
Ontbreekt het bewijs, dan is dat een aparte overtreding. Volgens de Beleidsregel boeteoplegging valt het ontbreken van bewijsstukken (art. 7.4a lid 6) in categorie 1, met een normbedrag van € 340. Het is een "overige overtreding": eerst volgt een waarschuwing of een eis tot naleving, tenzij de overtreding de directe aanleiding was voor een arbeidsongeval.
Wat VCA vraagt
VCA 2026/6.1 treedt op 1 juli 2026 in werking. Vraag 9.2 eist: "Directe identificatie van de keuringsvervaldatum van keuringsplichtige arbeidsmiddelen en PBM moet mogelijk zijn door de gebruiker." Daarnaast vraagt VCA om een inventarisatie van te keuren arbeidsmiddelen en PBM en een "Register van keuringen". VCA noemt de sticker niet letterlijk, maar in de praktijk is een sticker met vervaldatum de manier om aan deze eis te voldoen. Meer over VCA in de bouw leest u bij Scope 9 in de bouw.
Wat een Scope 9-inspectie oplevert
Bij een SCIOS Scope 9-inspectie krijgt u volgens het inspectieplan van Interpolis (uitvoering door Parkstad Inspecties) het volgende: "ieder goedgekeurd arbeidsmiddel [krijgt] een sticker waarop de gebruiker kan zien dat het arbeidsmiddel is goedgekeurd en wanneer de volgende keuring dient plaats te vinden". Afgekeurde arbeidsmiddelen krijgen "een label waarop afkeur staat". Zo'n arbeidsmiddel mag u niet meer gebruiken. Kiwa meldt bij zijn NEN 3140-keuring een sticker met "de datum van keuring en het rapportnummer". Een SCIOS-eis over stickers is in de openbare bronnen niet gevonden; het gaat om de praktijk van aanbieders. Let op: bij Interpolis zijn registratiematerialen en het graveren van arbeidsmiddelen niet bij de Scope 9-prijs inbegrepen. Zie het keuringslabel.
Een vaste kleurcode per jaar of een verplichte afkeurkleur bestaat niet. Er is geen norm of betrouwbare bron voor gevonden.
Wat hoort in het register?
Volgens Bouwend Nederland legt de installatieverantwoordelijke een register aan met minimaal:
- een identificatiekenmerk: type- of serienummer, of een uniek nummer op een sticker;
- de aanschafdatum;
- de datum van de eerste en elke volgende controle;
- de wijze van controle: wat er is gemeten en met welke criteria;
- goed- of afkeuring.
Een gemeentelijke RI&E die als overheidspublicatie is verschenen, noemt daarnaast de datum van de eerstvolgende keuring, eventueel aangetroffen gebreken en uitgevoerde reparaties. NEN 3140 vereist volgens Bouwend Nederland ook dat wordt vastgelegd met welke meetinstrumenten is geïnspecteerd. Softwareleverancier Tooltagger noemt daarbij de berekening van de keuringsfrequentie en de kalibratiegegevens van de meetinstrumenten.
Papier of digitaal? "Daarover laat de norm zich niet uit", schrijft Bouwend Nederland. Meer over het opzetten van een register leest u bij keuringsregister bijhouden.
Digitaal registreren
Veel bedrijven koppelen sticker en register via een barcode of QR-code. Voorbeelden uit de praktijk:
- Schoonmaakbedrijf CSU: barcode plus NEN 3140-goedkeuringssticker, met een online database waarin per machine de gegevens via een scan op te vragen zijn.
- Keurbedrijven: sommige bieden klanten een login op een registratiesysteem.
- QR-stickers: volgens Envora kosten die bij sommige diensten € 0,50 tot € 1,50 per sticker extra (indicatief).
Software is er in alle prijsklassen. Tooltagger noemt "vanaf €39 per maand". Of u digitaal of op papier werkt: zorg dat het register op de arbeidsplaats te raadplegen is, want daar moet het bewijs volgens de wet aanwezig zijn.
De gebruiker als eerste controle
Sticker en register zijn alleen zinvol als gebruikers er ook naar kijken. Volandis noemt in het arbeidsmiddelenbeleid voor de bouw "dagelijkse gebruikerscontroles voor aanvang van het werk (visueel, op gebreken)". CSU laat gebruikers een onveilige machine zelf markeren met een rode defectsticker en het defect melden bij de leidinggevende. Zo'n afspraak hoort in uw procedure.
Samengevat
Leg elke keuring vast in een register met identificatie, datum, methode, meetmiddel en resultaat. Zorg dat dat register op de arbeidsplaats beschikbaar is. Werkt u in een VCA-omgeving, maak dan de vervaldatum zichtbaar op het arbeidsmiddel zelf. Hoe u de termijn bepaalt die op de sticker komt, leest u in het keuringsinterval met de NEN 3140-wegingsmethode. Wat er in het keuringsrapport staat, leest u bij rapport en registratie.