Arbowet en zorgplicht: de basis onder het keuren

De Arbowet verplicht de werkgever te zorgen voor veiligheid en gezondheid, gelet op de stand van de wetenschap. Voor arbeidsmiddelen werkt het Arbobesluit dat uit, onder meer in art. 7.4a.

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) legt de algemene zorgplicht bij de werkgever. Artikel 3 lid 1 begint met: "De werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten". Hij doet dat "gelet op de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening". Arbeidsmiddelen komen in artikel 3 alleen in onderdeel c ter sprake: "de bij de arbeid gebruikte arbeidsmiddelen" worden zoveel als redelijkerwijs kan worden gevergd aangepast aan de persoonlijke eigenschappen van werknemers. De concrete keuringsplicht staat niet in de Arbowet zelf, maar in het Arbobesluit.

Wat is een arbeidsmiddel?

Sinds 1 januari 2025 omschrijft artikel 1 van de Arbowet arbeidsmiddelen als "alle op de arbeidsplaats gebruikte machines en verwante producten, installaties, apparaten, gereedschappen, digitale systemen en andere hulpmiddelen om de arbeid te verrichten". Elektrisch gereedschap, verlengsnoeren en kantoor- of keukenapparatuur vallen daaronder. Zie wat zijn elektrische arbeidsmiddelen?

De RI&E

Artikel 5 verplicht de werkgever schriftelijk vast te leggen welke risico's de arbeid meebrengt: de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Die wordt aangepast als de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening daartoe aanleiding geeft. Bij de keuze van arbeidsmiddelen houdt de werkgever rekening met de RI&E (art. 7.3 Arbobesluit), en Arboportaal noemt het raadzaam de RI&E ook te gebruiken om te bepalen hoe vaak u keurt.

Van zorgplicht naar keuringsplicht

Het Arbobesluit werkt de zorgplicht uit. Voor elektrische arbeidsmiddelen zijn dit de belangrijkste artikelen:

  • Art. 7.3: arbeidsmiddelen zijn geschikt voor het werk en worden alleen gebruikt voor het doel waarvoor ze bestemd zijn.
  • Art. 7.4: deugdelijk materiaal en een deugdelijke constructie; het gevaar van onder meer brand en aanraking met elektriciteit wordt zoveel mogelijk voorkomen.
  • Art. 7.4a: de keuring door een deskundige, met schriftelijk bewijs. Zie Arbobesluit artikel 7.4a.
  • Art. 7.5: toereikend onderhoud tijdens de hele gebruiksduur; onderhoud en reparatie alleen als het arbeidsmiddel spanningsloos is gemaakt.
  • Art. 3.2: regelmatige controle of beschermende voorzieningen nog adequaat functioneren. SCIOS noemt dit artikel en art. 3 Arbowet als grondslag voor Scope 8 en 9.

Stand der techniek

Omdat de wet niet zegt hoe u keurt, kijkt de toezichthouder naar wat gangbaar is. Voor elektrische arbeidsmiddelen is dat NEN 3140. Afwijken mag, als u een vergelijkbaar veiligheidsniveau haalt. Positief getoetste arbocatalogi zijn volgens Arboportaal het uitgangspunt voor toezicht en handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA); kijk dus na of uw branche-arbocatalogus afspraken over het keuren van gereedschap bevat.

Verwante onderwerpen