Lasapparatuur is een elektrisch arbeidsmiddel en valt onder de keuringsplicht van artikel 7.4a Arbobesluit. Voor booglasapparatuur bestaat een eigen norm voor de keuring in gebruik: NEN-EN-IEC 60974-4 "Uitrusting voor booglassen – Deel 4: Inspectie in bedrijf en beproeven". De actuele editie is NEN-EN-IEC 60974-4:2025 (Engels- en Franstalig, aangekondigd in de Staatscourant van 23 september 2025) en volgt de editie van 2016 op.
Welke norm geldt?
Hier lopen drie sporen door elkaar:
- NEN 3140: de Bouwend Nederland-samenvatting van de norm noemt lasapparatuur bij de verplaatsbare werktuigen die voor periodieke inspectie in aanmerking komen.
- NEN-EN 50699 en NEN-EN 50678: volgens de beschrijving van hun toepassingsgebied verwijzen de Europese normen voor periodieke keuring en keuring na reparatie voor booglasapparatuur juist naar EN 60974-4. Zie NEN-EN 50699.
- SCIOS Scope 9: of een Scope 9-inspectie lasapparatuur volgens NEN-EN-IEC 60974-4 omvat, is niet openbaar bevestigd. Het technische document van SCIOS (TD12) is niet openbaar (stand oktober 2026).
De wet zelf schrijft geen norm voor. Wat telt, is dat een deskundige keurt en dat u kunt aantonen hoe dat is gebeurd.
Waarom lasapparatuur aandacht vraagt
Lasapparatuur wordt vaak gebruikt in werkplaatsen en op de bouwplaats, waar het wordt verplaatst en aan stof, vocht en mechanische belasting blootstaat. Naast het netsnoer en de stekker zijn er de laskabels en de aansluitingen aan de laskant. Een algemene visuele controle van behuizing, snoeren, trekontlasting en koelopeningen hoort bij elke keuring.
Waar u op let bij de opdracht
- Vraag na volgens welke norm het inspectiebedrijf lasapparatuur keurt: NEN 3140, NEN-EN-IEC 60974-4 of beide.
- Laat de norm in het rapport vermelden. Een opleider adviseert om in de registratie vast te leggen welke norm is gebruikt.
- Controleer de meetapparatuur: een eenvoudige apparatentester is niet voor elk apparaat geschikt.
Zie ook een gecertificeerd bedrijf kiezen en hoe vaak keuren?