Ook computers, beeldschermen, printers, koffiezetters, koelkasten en stofzuigers op kantoor zijn elektrische arbeidsmiddelen. NEN 3140 noemt zulke stroomverbruikende toestellen uitdrukkelijk, en Interpolis schrijft over Scope 9 dat alle apparaten met een stekker kunnen worden gekeurd. De keuringsplicht van artikel 7.4a Arbobesluit geldt dus ook hier, maar het risico op kantoor is laag, zodat de werkgever vaak een langere termijn kan onderbouwen.
Waarom het risico lager is
In de wegingsmethode die Bouwend Nederland (2014) op basis van NEN 3140:2011 beschrijft, scoort een kantoor laag: de omgeving is schoon en droog en de kans op beschadiging "bijzonder klein". Dat levert een langere termijn op dan in een werkplaats of op de bouwplaats. Een opleider noemt voor kantoorapparatuur eens in de vier jaar; dat is een praktijkvoorbeeld, geen normwaarde. Arboportaal noemt jaarlijks keuren "een veilige ondergrens". De werkgever legt de gekozen termijn vast in de RI&E. Zie hoe vaak keuren?
Waar de keurder op let
De keuring is dezelfde als bij ander materieel: een visuele inspectie van behuizing, snoer en stekker, daarna metingen. Draagt een apparaat het symbool van het dubbele vierkant, dan is het klasse II en wordt er geen beschermingsleiding gemeten. Volgens Bouwend Nederland mag de isolatieweerstand bij twijfel met 250 V in plaats van 500 V worden gemeten, omdat 500 V elektronica kan beschadigen. Zie isolatieweerstand meten.
Wat er niet onder valt
- Privéapparaten: het inspectieplan van Interpolis sluit apparaten uit die eigendom zijn van medewerkers of cliënten; "Dit zijn geen arbeidsmiddelen". Spreek intern af of privé-opladers en waterkokers wel of niet zijn toegestaan.
- Thuiswerk: bij plaatsonafhankelijke arbeid geldt artikel 7.4a niet (art. 9.2 onder d Arbobesluit); de onderhoudsplicht van artikel 7.5 geldt daar wel. Meer daarover op Scope 9 voor kantoren.
- Vaste installatie: wandcontactdozen, verlichting en verdeelinrichtingen horen bij de installatie en vallen onder Scope 8.