Elektrisch handgereedschap keuren

Elektrisch handgereedschap valt onder de keuringsplicht van art. 7.4a Arbobesluit. Gangbaar is een NEN 3140-keuring: visuele inspectie, metingen per beschermingsklasse en registratie.

Elektrisch handgereedschap, zoals boor-, schuur- en freesmachines, moet periodiek worden gekeurd. De wettelijke basis is artikel 7.4a Arbobesluit: een arbeidsmiddel dat onderhevig is aan verslechtering wordt gekeurd "zo dikwijls dit ter waarborging van de goede staat noodzakelijk is", door een deskundige, met schriftelijk bewijs op de arbeidsplaats. De wet noemt geen norm en geen termijn. In de praktijk wordt gereedschap gekeurd volgens NEN 3140 (geldend is NEN 3140+A3:2019); een SCIOS Scope 9-inspectie is daarvan de gecertificeerde, vrijwillige variant (stand oktober 2026).

Waarom handgereedschap risico loopt

Handgereedschap wordt vastgehouden, meegesleept, laten vallen en vaak gebruikt waar het vochtig, stoffig of krap is. Snoeren raken beschadigd, stekkers breken en de trekontlasting raakt los. Omdat de gebruiker het apparaat in de hand heeft, leidt een gebrek in de isolatie of de beschermingsleiding direct tot een risico op een elektrische schok. In de wegingsmethode die Bouwend Nederland (2014) op basis van NEN 3140:2011 beschrijft, tellen gebruik, gebruiker, omgeving en kans op beschadiging mee; de bouwplaats krijgt voor omgeving en beschadiging de hoogste weging. Dat is een indicatief hulpmiddel, geen vaste regel uit de actuele norm.

Waar de keurder op let

De keuring begint met een visuele inspectie. De checklist in de publicatie van Bouwend Nederland over tijdelijke elektrische installaties op bouwterreinen noemt onder meer:

  • Snoer en stekker: aansluitleidingen zijn niet beschadigd of gerepareerd en deugdelijk in de stekker ingevoerd, met trekontlasting.
  • Beschermingsleiding: niet onderbroken.
  • Aanpassingen: geen mechanische of elektrische aanpassingen, in het bijzonder niet in veiligheidsketens.
  • Koeling: koelopeningen zijn niet afgesloten.

Daarna volgen metingen, afhankelijk van de beschermingsklasse. Bij klasse I meet de keurder de weerstand van de beschermingsleiding en de isolatieweerstand, of als alternatief de lekstroom. Bij klasse II (dubbel geïsoleerd) vervalt de meting van de beschermingsleiding; isolatieweerstand of lekstroom wordt gemeten als er uitwendige metalen delen zijn. Volgens Bouwend Nederland staat het gereedschap tijdens de isolatiemeting ingeschakeld, met de handschakelaar ingedrukt. Indicatieve grenswaarden op basis van NEN 3140:2011 (Bouwend Nederland 2014) zijn een isolatieweerstand van minimaal 1 MΩ voor klasse I en 2 MΩ voor klasse II; controleer altijd de actuele norm. Zie metingen.

Voor kleine 230 V-apparaten gebruiken keurders meestal een apparatentester (PAT-tester) die een vast meetprotocol doorloopt. Bouwend Nederland waarschuwt dat inspecteren meer is dan de stekker in een apparatentester steken en een rapportje uitdraaien: de visuele controle hoort er altijd bij.

Hoe vaak?

Een wettelijke termijn bestaat niet. Arboportaal noemt jaarlijks keuren, op basis van de toelichting bij het Arbobesluit, "een veilige ondergrens". Voor VCA-gecertificeerde bedrijven eist VCA 2026/6.1 minstens jaarlijkse keuring (afwijkingen naar beneden moeten worden gemotiveerd). Andere bronnen noemen bij licht gebruik langere termijnen. De werkgever stelt de termijn vast, mede op basis van de RI&E. Daarnaast is een tussentijdse keuring nodig als het gereedschap is gevallen, overreden of nat geworden. Zie hoe vaak keuren?

Na de keuring

Goedgekeurd gereedschap krijgt in de praktijk een keuringssticker met de datum van de volgende keuring, afgekeurd gereedschap een afkeurlabel; het mag dan niet meer worden gebruikt. Een sticker is niet wettelijk verplicht, maar VCA eist dat de gebruiker de vervaldatum direct kan zien. Volandis noemt daarnaast een dagelijkse gebruikerscontrole vóór aanvang van het werk en een herkeuring na ingrijpende reparatie.

Kosten

Keurbedrijven rekenen volgens hun openbare tarieflijsten indicatief € 4,50 tot € 11,50 per stuk exclusief btw, afhankelijk van het aantal, plus voorrijkosten of een minimumtarief (stand oktober 2026). Zie prijs per apparaat.

Verwante onderwerpen