Verlengsnoeren, kabelhaspels en verdeeldozen zijn elektrische arbeidsmiddelen en vallen net als gereedschap onder de keuringsplicht van artikel 7.4a Arbobesluit. NEN 3140 noemt "aansluitleidingen, haspels, verdeeldozen" uitdrukkelijk als arbeidsmiddelen die voor periodieke inspectie in aanmerking komen, zoals Bouwend Nederland de norm samenvat. Een verlengkabel keuren gebeurt dus in dezelfde ronde als het gereedschap, met één eigen aandachtspunt: de lengte en de aderdoorsnede van de kabel bepalen hoe hoog de weerstand van de beschermingsleiding mag zijn.
Waarom snoeren en haspels risico lopen
Snoeren liggen op de grond, worden overreden, geknikt, tussen deuren geklemd en over scherpe randen getrokken. Een beschadigde mantel of een losgeraakte aansluiting in stekker of contactdoos ziet de gebruiker niet altijd. Het verlengsnoer geeft bovendien de beschermingsleiding door naar het aangesloten apparaat: een onderbroken aardader in het snoer maakt ook een goedgekeurd klasse I-apparaat onveilig. Daarom is het verstandig om snoeren en haspels net zo consequent te registreren als gereedschap.
Waar de keurder op let
De visuele controle volgt dezelfde checklist als bij gereedschap: de leiding is niet beschadigd of gerepareerd, de leiding is deugdelijk in stekker en contactdoos ingevoerd met trekontlasting, en de beschermingsleiding is niet onderbroken. Een met tape herstelde mantel valt onder "gerepareerd" en is dus een reden voor afkeur.
Daarna volgen de metingen. Volgens Bouwend Nederland meet de keurder de beschermingsleiding met een weerstandmeter met een open spanning tussen 4 en 24 V en een meetstroom van minimaal 0,2 A, en de isolatieweerstand met 500 V of 250 V gelijkspanning. De maximale weerstand van de beschermingsleiding hangt af van lengte en doorsnede:
| Lengte | 2,5 mm² | 4 mm² | 6 mm² |
|---|---|---|---|
| tot 5 m | 0,3 Ω | 0,2 Ω | 0,2 Ω |
| 5–10 m | 0,4 Ω | 0,2 Ω | 0,2 Ω |
| 10–15 m | 0,5 Ω | 0,25 Ω | 0,2 Ω |
| 15–20 m | 0,6 Ω | 0,3 Ω | 0,2 Ω |
| 20–25 m | 0,7 Ω | 0,35 Ω | 0,2 Ω |
| 25–30 m | 0,8 Ω | 0,4 Ω | 0,25 Ω |
| 30–35 m | 0,9 Ω | 0,45 Ω | 0,3 Ω |
| 35–40 m | 1 Ω | 0,5 Ω | 0,35 Ω |
| meer dan 40 m | 1 Ω | 1 Ω | 1 Ω |
Bron: Bouwend Nederland, Tijdelijke elektrische installaties op bouwterreinen (revisie 2014), tabel 15, op basis van NEN 3140:2011. De waarden gelden inclusief overgangsweerstand. Volgens een kalibratiedienst voor meetapparatuur (KWx MeterCare, 2021) heeft NEN 3140+A3:2019 de grenswaarden voor de beschermingsleiding aangepast, met waarden tot op een honderdste ohm; die nieuwe waarden zijn voor deze site niet ingezien. Gebruik de tabel daarom alleen als indicatie en controleer de actuele norm. Zie beschermingsleiding meten.
Hoe vaak?
Er geldt geen wettelijke termijn. Arboportaal noemt jaarlijks keuren "een veilige ondergrens"; VCA 2026/6.1 eist voor VCA-gecertificeerde bedrijven minstens jaarlijkse keuring (afwijkingen naar beneden moeten worden gemotiveerd). Een schoonmaakbedrijf hanteert in zijn interne procedure (2020) voor verlengsnoeren en haspels buiten natte ruimten eens per drie jaar, maar op VCA-locaties jaarlijks. Wat voor u passend is, volgt uit de RI&E en het gebruik: een haspel op de bouwplaats heeft het zwaarder dan een stekkerdoos onder een bureau. Zie hoe vaak keuren?
Praktische tips
- Nummer elk snoer en elke haspel, zodat het in het keuringsregister terug te vinden is.
- Haal beschadigde snoeren direct uit gebruik en laat ze na reparatie opnieuw keuren.
- Verzamel alles vooraf op één plek; dat scheelt keuringstijd.
Kosten
Keurbedrijven rekenen voor snoeren en haspels meestal dezelfde stukprijs als voor gereedschap; De Keurexpert noemt bijvoorbeeld € 7,50 per stuk (indicatief, btw niet vermeld, stand oktober 2026). Zie prijs per apparaat.